03/01/2017

Wat verandert er in 2017 op sociaal-, arbeids- en fiscaalrechtelijk vlak ?

nieuw in  2017

De werkgevers mogen hervormingen verwachten op... 15 domeinen. De gewoonte van onze bewindvoerders om maatregelen massaal eind december door de parlementen te jagen, brengt mee dat de werkgevers over veel zaken zelfs vandaag nog geen juridische zekerheid hebben.

Bij de start van het nieuwe jaar, geven we u hieronder alvast een voorsmaakje van wat 2017 in petto heeft voor werkgevers op sociaal-, arbeids- en fiscaalrechtelijk vlak. Dit overzicht is onder voorbehoud omdat meerdere aangekondigde maatregelen op vandaag nog niet zijn bekrachtigd in officiële wetteksten.

1. Hervorming van de arbeidsmarkt

Het Wetsontwerp Werkbaar Wendbaar Werk en de hervorming van de Wet van 1996 over de evolutie van de loonkosten (hierna: Wet van ’96) werden onlangs goedgekeurd in het kader van de begrotingsbeslissingen. De verschillende maatregelen in het Wetsontwerp Werkbaar Wendbaar Werk moeten een antwoord bieden op de vraag hoe we onze economie competitiever kunnen maken, de jobs van de mensen werkbaar en de arbeidsmarkt wendbaar.

Tegelijk plant men een modernisering van de Wet van '96, in navolging van het regeerakkoord, om zo de economie concurrentieel te houden Ook werd de mogelijkheid om nachtarbeid in te voeren voor e-commerce-activiteiten in de wet ingeschreven.

1.1 Werkbaar en wendbaar werk

Flexibeler werken zal mogelijk gemaakt worden door maatregelen op het niveau van de onderneming met betrekking tot de annualisering van de arbeidsduur, 100 vrijwillige en uitbetaalde overuren, vorming en opleidingen en occasioneel telewerk.

Op sectorniveau kunnen ook maatregelen genomen worden: een globale hervorming van de arbeidsduur, wijziging van de uurroosters, een ‘plus minus’-conto, de mogelijkheid van uitzendarbeid voor onbepaalde duur, een hervorming van het stelsel van de werkgeversgroepering, een vereenvoudiging van de deeltijdse arbeid, het systeem van loopbaansparen, een aanpassing van de verlofstelsels, glijdende werktijden en het schenken van verlofdagen.

Bekijk het detail van alle maatregelen

De wet werkbaar en wendbaar werk al waarschijnlijk op 1 februari 2017 in werking treden (in plaats van januari zoals oorspronkelijk aangekondigd).

1.2 Modernisering van de Wet van ‘96

De huidige loonnorm (0,3% van de nettoloonmassa en 0,5% van de brutoloonmassa) bleef van kracht tot eind 2016. Voor het jaareinde moeten de sociale partners een nieuwe loonnorm voor 2017 en 2018 bepalen. Reeds bij de bepaling van deze nieuwe loonnorm zal rekening gehouden moeten worden met de krijtlijnen die de vernieuwde Wet van ’96 uitzet. Het principe van een tweejaarlijkse bepaling van de loonnorm door de sociale partners, of de regering wanneer zij daar niet in slagen, blijft behouden. Ook de indexeringen en baremieke verhogingen van de lonen blijven, zoals vandaag, gegarandeerd.

Bij het bepalen van de norm is voortaan naast de toekomst (de verwachte loonkostenontwikkeling in de buurlanden), ook het verleden (de evolutie van de loonkosten in België sinds 1996) aan de orde. Op die manier wordt iedere tijdelijke ontsporing automatisch gecorrigeerd in de volgende loonnorm. De lastenverlagingen uit de tax shift zullen net als minstens 50% van nieuwe lastenverlagingen aangewend worden om de historische handicap te verminderen.

Er komt een strenger toezicht op de naleving van de wetgeving, met onder andere een hogere administratieve geldboete voor werkgevers die de loonnorm overschrijden. De maximale boete beloopt 5.000 euro per werknemer (x opdeciemen = 30.000 euro).

2. Re-integratie arbeidsongeschikte werknemers

In het Regeerakkoord van de regering Michel I werd een grondige hervorming van de verzekering arbeidsongeschiktheid aangekondigd waarbij de focus ligt op het bevorderen van de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers. De langdurig zieke werknemer kan een re-integratietraject aanvragen, eventueel via zijn behandelende arts. Ook de adviserende arts van het ziekenfonds en de werkgever zelf kunnen dit re-integratietraject aanvragen. Het traject heeft tot doel de langdurig arbeidsongeschikte werknemer te reïntegreren in de onderneming.

Ook voor langdurig zieken die niet verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst of die door hun werkgever omwille van medische redenen niet meer tewerkgesteld kunnen worden is er een procedure voor de re-integratie op de arbeidsmarkt uitgewerkt met als doel deze personen te oriënteren naar een nieuwe werkgever of andere bedrijfstak.

3. Doelgroepenbeleid

3.1 Regionalisering doelgroepverminderingen

Na Vlaanderen zullen ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest hun eigen doelgroepverminderingen invoeren in de loop van 2017.

3.2 Versterking doelgroepvermindering eerste aanwerving

De bedragen van de doelgroepvermindering van de derde tot en met de zesde aanwerving worden verhoogd. Voor de eerste en tweede aanwerving wijzigt er niets.

4. Andere beslissingen

4.1 Sectorakkoorden en loonnorm 2017-2018

In 2017 zullen de sociale partners opnieuw een akkoord sluiten wat betreft de arbeids- en loonsvoorwaarden voor 2017 en 2018 , rekening houdende met de bepalingen van o.a de taxshift en het begrotingsakkoord. Daarna is het aan de sectoren zelf om de maatregelen uit dat interprofessioneel akkoord (IPA) om te zetten naar sectorbepalingen, die worden verzameld in sectorakkoorden.

In het interprofessionneel akkoord 2017-2018 zal opnieuw een loonnorm worden vastgelegd, conform de Wet van ‘96. Deze norm bepaalt hoeveel de loonkost van de ondernemingen mag stijgen om concurrentieel te kunnen blijven met onze buurlanden en voornaamste handelspartners Nederland, Frankrijk en Duitsland.

4.2 Mobiliteitsbudget en fiscaliteit van de tankkaart

Om de mobiliteit in België te verbeteren zou de regering nieuwe maatregelen rond bedrijfswagens invoeren. Zo zou de werknemer een loonsverhoging van 450 euro netto kunnen ontvangen wanneer hij beslist zijn bedrijfswagen in te leveren, of zijn bedrijfswagen kunnen omzetten in een mobiliteitsbudget dat een brede waaier aan transportmogelijkheden bevat.

Voor de werkgever zijn de wijzigingen die in het vooruitzicht liggen minder gunstig. Het toekennen van bedrijfswagens zal in de toekomst duurder worden. Er is sprake van een beperking van de aftrek van het voordeel van alle aard. Het percentage van 17% van het voordeel van alle aard dat men bij de verworpen uitgaven dient bij te tellen wordt immers verhoogd naar 40% indien de brandstofkosten die verband houden met het persoonlijk gebruik van de wagen geheel of gedeeltelijk ten laste van de onderneming vallen. Bijgevolg zou men de eventuele persoonlijke bijdrage van de werknemer niet langer in rekening kunnen brengen voor de berekening van de verworpen uitgaven.

4.3 Verhoging werkgeversbijdragen SWT

De federale regering overweegt een nieuwe verhoging van de werkgeversbijdragen op de aanvullende vergoeding in het kader van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT – vroegere brugpensioen) vanaf 1 januari 2017, retroactief voor werknemers die ontslaan zijn sinds 1 november 2016 (de zgn. ‘periode vijf’).

4.4 Stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag en pensioen

Voor de periode 2017-2018 heeft de Nationale Arbeidsraad (NAR) de mogelijkheid om de kader-cao’s nr. 112, 113 en 116 te verlengen zodat de leeftijd voor deze periode op 58 jaar behouden blijft. Doet de NAR dit niet, dan wordt de leeftijdsvoorwaarde verhoogd tot 60 jaar. In 2017 worden ook de leeftijds- en loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen verder verhoogd.

4.5 Studentenarbeid

Het contingent van 50 dagen dat een student mag tewerkgesteld worden zonder toepassing van sociale bijdragen wordt vanaf 2017 omgevormd tot een contingent van 475 uren. Dit maakt het mogelijk voor de student en de werkgever om meer en flexibeler te werken.

Een nieuw statuut student-ondernemer wordt ingevoerd vanaf 1 januari 2017. Een student kan dan een beroep als zelfstandige aanvatten met toepassing van een voordelig systeem van sociale bijdragen. Het statuut is van toepassing op studenten die een inkomen hebben dat lager is dan de drempel die van toepassing is voor zelfstandigen in hoofdberoep.

4.6 Nieuwe berekeningsbasis voor uitkeringen

Er komt een nieuwe berekeningsbasis voor ziekte-uitkeringen. Zowel de samenstelling van de berekeningsbasis als het tijdstip waarop het gemiddeld dagloon wordt bepaald zullen wijzigen.

4.7 Loonkloofrapport 2017

Elke 2 jaar zijn ondernemingen die gewoonlijk gemiddeld minstens 50 werknemers tewerkstellen verplicht een analyseverslag op te maken waarin hun bezoldigingsstructuur wordt geanalyseerd, het zogenaamde loonkloofrapport. Het verslag wordt voorgelegd aan en besproken met de ondernemingsraad binnen drie maanden na het afsluiten van het boekjaar. Voor ondernemingen die hun boekjaar afsluiten op 31 december 2016 moet het verslag dus worden voorgelegd vóór 31 maart 2017.

4.8 Uitbreiding gebruik dwangbevel door RSZ en gebruik e-Box

De RSZ zal vanaf 1 januari 2017 voor niet-betaalde schuldvorderingen voorrang geven aan het gebruik van een dwangbevel in plaats van voor de gerechtelijke navordering beroep te doen op een procedure via de rechtbanken. Zo worden de administratieve rompslomp en de hoge gerechtskosten vermeden. In dat opzicht is voorzien dat de reeds bestaande e-Box van de sociale zekerheid als communicatiekanaal zal worden gebruikt.

4.9 ASR verplicht elektronisch

Vanaf 1 januari 2017 gebeuren ook volgende Aangiften Sociale Risico’s (ASR) verplicht elektronisch:

  • Aanvraag tijdelijke werkloosheid – vervangt C3.2 werkgever (WECH002)
  • Aanvang deeltijdse arbeid – vervangt C131A-werkgever (WECH003)
  • Aanvraag jeugd- en seniorvakantie – vervangt C103-jeugdvakantie-werkgever en C103-Seniorvakantie-werkgever (WECH009)

Auteur/organisatie : Attentia

Meer weten ?

Abonneer u op onze nieuwbrief

  • Tweewekelijks
  • Gratis
  • Meer dan 22000 abonnees